Het afgelopen schooljaar heb ik veel gestuurd met geld. Ik was op wereldreis en had een budget van 30 euro per dag. Veel wilde ik zien en veel wilde ik doen. Oh ja, slapen en eten moest er ook nog van af. Door te weten wat ik wilde, kon ik sturen met geld en bereiken wat ik wilde bereiken. Heeft u overigens de fouten in de eerste zin al ontdekt?
Ik weet niet beter dan dat er gedurende een schooljaar veel geld opgaat aan extra activiteiten. De ene culturele activiteit wordt afgewisseld met de andere kunstzinnige activiteit. Kunst en cultuur ontbreken echter in de visie van school X en zijn niet terug te vinden in het schoolplan. Waarom geven ze er dan toch zoveel geld aan uit? Belangrijker nog, welke visiepunten worden hierdoor ondergefinancierd?
Op school Y worden nieuwe computers aangeschaft. Uit welk budget? Uit het ICT budget of hadden ze nog een potje? “Het geld moet toch op, anders krijgen we volgend jaar minder”, is een treffende uitspraak. Waarom worden de nieuwe computers aangeschaft? Zijn ze gewoonweg verouderd, of moeten ze echt vervangen worden, omdat dit vanuit de visie belangrijk is voor het onderwijs?
Potjes bestaan niet, reserves wel. Dat heb ik geleerd en dat geloof ik ook. Extra activiteiten zijn leuk, maar gaan ten koste van speerpunten, van visie. Als ik ’s ochtends mijn bordje brintapap eet, zitten er geen krenten in. Ik wil geen krenten in mijn pap, dus koop ik ze niet.
Joeri
Joeri schrijft elke week een column voor Linca - verder met leiderschap in het onderwijs

