De leiders zijn in diepgaand gesprek verwikkeld met hun docenten, conciërges, onderwijsassistenten. Ik zou me laven aan al die snel gesneden suits, flashy shawls en dassen, mantelpakken, blitse broches. Knap dat die mensen, ondanks hun drukke job, zo bij blijven in het modebeeld…. De design inrichting in hun board rooms zou ik elke dag even willen zien en aanraken.
In de ochtenddauw en de avondschemer blinken rode koontjes boven intranetsites vol met cijfers over de schoolprestaties. Onderwijsrendement, uitval, doorstroom, ziekteverzuim, marktaandeel in de buurt of regio. O, wat zouden de kleuren van al die flatscreens het bruingrijs van de doffe leslokalen oplichten!
Visie- en strategiedocumenten sieren de tafels en de bureaus. Met mooi ontworpen kaftjes, mythische titels: plannen te over voor nóg beter onderwijs. Wat zou het mooi zijn als ze ook wijze en dure consultants zouden inhuren. Zich zouden omringen met veel en goed gebekte interne stafmensen.
Die zouden dan zorgen voor luxe gebouwen voor eigentijds en degelijk onderwijs. Voor personeelsbeleid dat zorgt voor groei in de loopbaan van de medewerkers. Voor beloningssystemen met veel bonussen naar prestatie. Voor computers waarop de managers en de kids naar hartenlust kunnen gamen en sturen naar het volgende level!
Je zou als leraar zo veilig, professioneel en rustig kunnen schuilen en werken onder al die overhead… Ideale lichtval om in te ontwikkelen…...
Maar ja, het zal en mag niet!!! Wij van de sector onderwijs -misschien wel ‘Wij van de publieke sector’ - vinden dat niet goed. Overhead: managers, bestuurders, adviseurs. Zie hier de demonen van deze tijd die ingedamd en verjaagd moeten worden, te vuur en te zwaard. De zelfverklaarde kruisridders van het Koninkrijk Kind & Leraarschap laten geen ruimte voor misverstand. In media en politiek schetteren de klaroenen het hardst en het meest eendimensionaal. Maar ook anderen tetteren mee uit volle borst. Onze minister op zijn slechtere dagen, de vakbonden, single issue clubs als Beter Onderwijs Nederland en verdacht veel pagina’s in geruchtmakende rapporten zoals de nota’s Rinnooy Kan, Dijsselbloem, enzovoort. Ze zijn eensluidend in hun toonsoort: anno 2009 moet het adagium zijn “alle knuffels, kussen en bloemen voor het kind, de student, de ouder en de leraar...”
Laat ik ook een duit in ditzelfde zakje werpen: ik juich de herwaardering voor de passie en de kunde van de professional in de publieke sector van harte toe. Het zou tijd worden. Meer geld, liefde en waardering daar naartoe, nu meteen a.u.b. (Em-)Power(-ment) to the teachers, pupils and parents. Yeah!!!
Maar ach en wee…De manager, de bestuurder, de consultant en de stafadviseur… Als verschoppelingen van een eendimensionaal vijandbeeld zijn ze stil gaan leven in hun getto’s.
De bestuurs- en stafgangen op de bovenste verdieping van het schoolgebouw of op hun buik plat liggend achter de haagjes rondom de CvB villa. Ze mogen niets zeggen. Want ze deugen niet, preken voor eigen parochie of praten te duur en te ingewikkeld.
Ondertussen maken de Nederlandse onderwijsgebouwen eigentijds onderwijs maar moeilijk mogelijk. Volwassen personeelsbeleid komt tergend langzaam van de grond. Kennismanagement is in 90% van de kennisinstellingen niet georganiseerd. Innovaties verlopen traag in stroperige processen. Kinderen komen meer buiten dan binnen de school in aanraking met ICT en internet. Veel scholen kunnen niet helder aan ouders en leerlingen uitleggen wat hun onderwijsprestatie is.
Het is dat er zoveel passie en professie is in scholen: bij leraren én bij managers. Dat zorgt vooral nog voor een doorgaans aanzienlijk onderwijsniveau in ons land.
Tegelijkertijd accepteren we maatschappelijk al jaren de afgeknepen randvoorwaarden en gebrekkige organisatorische context. Patronen van binnen de sector versterken dit. De pedagogische Tefal-laag, op zich nodig voor discretie in leerprocessen, was altijd al (te) dik in het onderwijs. Deze doorgeschoten pedagogische gedrevenheid stond vaak begrip voor beter organiseren en vernieuwen in de weg. ‘Bescherming tegen buiten’ leek een hogere waarde dan ‘Leren in de wind te staan’. De hernieuwde en volkomen terechte herwaardering voor het leraarschap gaat helaas gelijk op met de verkettering van zij die bezig zijn de randvoorwaarden te scheppen en te verbeteren. De tefal-laag verdikt daarmee weer verder. Het risico van verdieping van de ogenschijnlijke kloof tussen managers en leraren neemt daarmee toe.
Dit eendimensionale en gepolariseerde beeld dat overheerst in het huidige onderwijsdebat kan niet genoeg gerelativeerd worden.
Het zegt niets tot weinig over de werkelijkheid van goed onderwijs en goede scholen. Het zegt meer over de behoefte van deze tijd aan eenvoud en populaire stellingnames. Aan drama, emotionele ontlading, spanning en theater. Aan goede peilingen, hit rates en hoge oplages.
De dynamiek van ontwikkelingen rondom scholen vraagt om een hechte verbinding tussen management, staf en zij die de leerprocessen van kinderen begeleiden. In scholen die goed presteren is deze investering in elkaar ook zichtbaar. Verouderde onderscheiden tussen primair en secundaire processen zijn losgelaten. Er is durf om in randvoorwaarden te investeren.
Ook succesvolle bedrijven, sportclubs en bataljons van soldaten en echte kruisridders besteden meer ruimte en soldij aan begeleiding, leiding en materiaal. Richt daar het vizier eens op, beste sector onderwijs.
Ga verder, onverstoorbaar en met vallen en opstaan, met beter organiseren, leiden, regelen en verantwoorden. Pedagogisch didactische kwaliteit gedijt bij een Tefal-laag die leiderschap, ondernemingszin en organisatie door laat. Zweer de aanname af alsof aandacht voor deze processen minder waardevol is. Dat is namelijk geen wijsheid, dat is ongemak en schaamte.
Column door Hans van Gansewinkel, Interstudie NDO
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
06 - 20419742
Hans van Gansewinkel schrijft iedere maand een column voor schoolleiders
Linca - verder met leiderschap in het onderwijs

