Het lijkt er op dat steeds minder mensen in het onderwijs zich druk maken over het ten diepste ontbreken van democratische verhoudingen in de school. Democratie gaat over erkenning en herkenning van het individu. Niet over stembussen of hemelschreiende wanvertoningen van MR’s met hun schoolleidingen. Laatst was ik op een school waar enkele docenten verzuchtten dat er zo vaak zinloos vergaderd werd, “het is veel te democratisch georganiseerd”. Buitengewoon verontrustend dat deze begeleiders van de nieuwe generatie zo gesocialiseerd waren geraakt in de foutieve opvattingen over democratie, dat zij niet meer in staat waren de uitwassen van de ambtelijk politieke cultuur te onderscheiden van werkelijk democratisch handelen. Centrale directies en colleges van bestuur hebben hun toezichthouders op grote afstand geplaatst en kunnen volledig ongecontroleerd hun gang gaan, inclusief de vaststelling van hun salarissen. Pas over 3 tot 5 jaar zullen de berichten naar buiten komen dat in het onderwijs dezelfde ongecontroleerde bestuurlijke wanverhoudingen aanwezig zijn als die welke geleid hebben tot de kredietcrisis, maar dat de overheid zichzelf te veel op afstand heeft gezet om in te grijpen. Maar ondertussen was de MR wel bezig met versie 138 van de takenplaatjes-nota en had even niet door waar het werkelijk om ging.
Stop!!
Wat een cynisch en reactionair gemopper! Ik ken immers een school in een klein dorpje in de provincie waar leerlingen erg serieus worden genomen, waar docenten vanuit hun expertise samen het programma bepalen, evenals hun arbeidsomstandigheden, waar de directeur (ja, die hebben ze nog) een inhoudelijk inspirerend meewerkend voorman is, waar ouders welkom zijn vanuit hun opvoedingsexpertise, waar elke dag weer een bruisende samenkomst is van lerende docenten en leerlingen, die elkaar respecteren en vertrouwen. Elke dag schijnt er de zon door de ramen, er is geen MR en Bach klinkt er zacht over de intercom.
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

